Vertrek

Ik vertrek. Een klein zinnetje, met grote gevolgen. Aan het einde van de volgende maand ga ik de Fontys familie verlaten. Collega’s reageren met: dapper, moedig, gooi nooit oude schoenen weg voor je nieuwe hebt; ja, maar als de oude nu zijn gaan knellen?
Zelf denk ik: goede keus, maar vooral spannend.  Het onzekere tegemoet. De toekomst is natuurlijk altijd onzeker. Niemand weet hoe het zal gaan. Het is een kwestie van vertrouwen dat het goed komt. Maar ook vertrouwen blijven hebben in jezelf en je eigen kwaliteiten. Dat is best lastig na de zoveelste afwijzing.
Nu zou ik het roer drastisch om kunnen gooien zoals je wel eens op tv ziet. Zonder ervaring een Bed & Breakfast beginnen op een tropisch eiland. Tahiti. Hawaï. Hangmat tussen twee palmbomen. Coctailtje. Uiteraard met zo’n gekleurd parasolletje erin -ja, ik weet het milieutechnisch super onverantwoord – maar het staat zo vrolijk. Zie je jezelf al lekker relaxen in zo’n hangmat? Ik mezelf ook. Geloof dat er dan weinig geld binnenkomt.
Misschien kasteeltje in de Highlands  omtoveren tot hotel? Titel Laird en Lady kopen. Nu heb ik een Drs titel waar ik jaren  hard voor heb moeten werken. Voel me ook niet echt ladylike in mijn zwarte broek, ditokleur hoody en wandelschoenen.
Vriendlief heeft vast wel oren naar een leven in de Highlands, maar dat heeft vooral te maken met één of ander alcoholisch goedje dat ze daar stoken.
Als ik dan James Alexander Malcom MacKenzie Fraser als terreinbeheerder kan inhuren, dan hebben we allebei een ‘Scotch on the rocks’.

b4882c25eaec96729741a7021c4b6aeb
Klinkt allemaal heel leuk, maar denk dat ik te veel wordt afgeleid. En een hotel runnen in de vochtige highlands klinkt romantischer dan het is. Geloof dat we ons blauw betalen aan stookkosten.

Eigenlijk zijn deze dromen te groots en meeslepend voor mij. Mijn ambities zijn kleinschaliger. Ik help liever mensen in het Brabantse land. Iets voor een ander betekenen. Het verschil maken. De afgelopen jaren heb ik vooral voor mensen gewerkt. Ik wil weer graag met mensen werken. En dat gaat niet gebeuren als ik blijf zitten waar ik zit. Daarom de beslissing: ik vertrek.

Advertenties

Leeftijdsloosheid

Mijn 39ste verjaardag -inmiddels al ruim 3 jaar geleden- heb ik groots gevierd. In de kroeg.  Hierna belandde ik in een soort continuüm van leeftijdsloosheid. Ik voelde me niet oud. Niet jong. Wel comfortabel. Als iemand me vroeg hoe oud ik was, moest ik daar serieus over nadenken. 39?

Alles ging goed in mijn leeftijdsloosheid. Tot begin deze maand. Tijdens een gesprek over mijn zoektocht naar een andere baan kwam ineens mijn leeftijd ter sprake. Waarschijnlijk zullen jongere, in de psychologie afgestudeerde vrouwen -jongemannen zoeken vooral hun heil in de techniek of ICT en niet in de psychologie- eerder aangenomen worden aangezien deze jongedames goedkoper zijn. Dat snap ik wel in een branche waar bezuinigingen de boventoon voeren. Met mij valt echter prima over geld te praten. Daar heeft mijn leeftijd niets mee te maken.

De dag na het gesprek kreeg ik van mijn vriend -toevallig?- het volgende boek cadeau: “Fuck die rimpels! Leesbotox voor vrouwen 40+”, geschreven door Monika Bittle en Silke Neumayer. Gezegend met de jongheidsgenen van mijn moeder hoef ik me geen zorgen  te maken over mijn uiterlijk. Naarmate ik ouder wordt, wordt de marge tussen mijn echte leeftijd en geschatte leeftijd steeds groter. Rimpels? Meer dan genoeg. Van het lachen en denken. Botox? Voor het vullen van die erfelijke fronsrimpel -bedankt pa- is een bak cement nodig.  Plamuren en schuren. Daar zal botox niets uithalen. Rimpels zeggen echter iets over je levenservaring. Het is net als de kringen in de stam van een boom: hoe meer kringen hoe meer de boom heeft meegemaakt. Het geeft karakter.

20190203_193452

Het ‘woordje’ 40+ trok echter vooral mijn aandacht. Daar gaat mijn leeftijdsloosheid. Ik kan het niet ontkennen. Wat nu? Gelukkig biedt een citaat van Coco Chanel in het boek nog hoop: ‘Een vrouw kan op haar 19de betoverend zijn, op haar 29ste fascinerend, pas op haar 39ste is ze onweerstaanbaar. En ouder dan 39 wordt geen enkele vrouw die eens onweerstaanbaar was’. Yes! Ik blijf voor altijd 39. Toch een vorm van leeftijdsloosheid.

Kleurrijke letterparade

Ik las laatst een artikel over LHBT’s. Oftewel Lesbiennes, Homoseksuelen, Biseksuelen en Transgenders. In het kader van (homo)rechten spreken we niet meer alleen over homoseksuelen. Zo jaren 90 (van de vorige eeuw). Nee, we moeten het breder trekken. Dus spreken we van rechten voor LHBT’s.

Prachtig. Ik ben pro diversiteit, maar met deze vier letters zijn we er nog niet. Andere groepen willen zich aansluiten -of zijn inmiddels aangesloten- om voor hun rechten op te komen. Om te beginnen de Interseksuelen (I). Ooit van gehoord? Ik niet. Lang leven google: bij een interseksueel vertoont het lichaam zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken. Mijn eerste gedachte: is dat niet zoiets als een hermafrodiet? Ai, zeg dat maar niet hardop want die term kan als beledigend worden opgevat. Bij deze alvast mijn excuses als iemand zich beledigd voelt.

Dan hebben we de letter Q, voor ‘Queer’. Opnieuw biedt google hulp: ‘deze term wordt gebruikt door mensen die zich afzetten tegen de standaard heteronorm en trekt tegelijkertijd elk mogelijk hokje in twijfel’ (Wikipedia). Geen hokjesgeest dus. Maar volgens mij plaatsen ze zich met een aparte letter  toch in een hokje.

A-seksuelen (A) zijn mensen die zich niet seksueel aangetrokken voelen tot anderen.

Er zijn ook nog Panseksuelen (P). Dit heeft niets met keukenvoorwerpen te maken. Zij vallen op alle genders, maar delen mensen niet in mannen en vrouwen in. Genderneutraal. Helemaal hip.

Met deze letters toegevoegd aan LHBT krijgen we LHBTIQAP. Wacht, we zijn er nog niet. Schijnbaar zijn er ook mensen die een letter toe willen voegen in verband met een seksuele voorkeur, zoals de S van SM (google zelf maar). Nog even en we kunnen heel het alfabet gebruiken. Hiermee verdwijnt de hokjesgeest natuurlijk niet. Daarnaast zijn er LHBTIQAP’s die niet geassocieerd willen worden met leren slipjes dragende, op boten dansende, groepsgenoten die zo op willen komen voor hun rechten.

Schrap al die letters. Geef hetero’s en niet-hetero’s één naam. Ik doe een mindblowing voorstel. Je wordt hierdoor niet in een hokje geduwd, de term is alles omvattend, je kunt opkomen voor je rechten en het geeft uiting aan diversiteit. Komt ie: MENS.

Wonderlijke roots

20190102_143245

Wat vind jij een leuk dagje uit? Waar krijg jij energie van? Ik van de Efteling. Het lijkt tegenstrijdig: een introvert die vrolijk wordt van een pretpark vol prikkels. Toch ga ik er graag heen. Waarom? Vanwege de deuntjes uit de paddenstoelen. De zoete geur van suikerspinnen. De lucht vol verwachting en vrolijkheid. Het sprookjesbos. De Anton Pieckstijl. Prachtige details. De lampjes die branden in het donker. Chocolade bonbons. Hun cappuccino. Het spookslot en de Danse Macabre. Diversiteit. Ik maak mijn nieuwjaarsduik en dompel me volledig onder in deze wonderlijke wereld. Er bestaat voor één dag geen gisteren of morgen. Alleen het nu. Heel zen. Zelfs de wachtrij van een half uur bij Droomvlucht deert me niet. Waarom zou het? Ik heb geen haast. Hoef nergens op een bepaalde tijd te zijn. Ik kijk naar de mensen om me heen. De meeste verzonken in hun mobiel. Jam20190102_143043mer.

Vroeger woonde ik in een dorp zo’n drie kilometer van de Efteling vandaan. Als de wind ‘goed’ stond kon je het fluitje van de stoomtrein horen. Of het gegil van de mensen in de python. Dat had vreemd genoeg toch iets rustgevends.

20190102_142950

Misschien hebben mijn roots ook iets te maken met het fijne gevoel dat ik  bij de Efteling heb. Het had trouwens niet veel gescheeld of er was geen Efteling. Tenminste niet daar. Het verhaal doet de ronde dat mijn opa, die samen met zijn broers een schoenfabriek had in ‘de Ketsheuvel’, de grond aangeboden kreeg voor nog een fabriek. Dat heeft hij niet gedaan. Wel zat hij in de organisatie van de industrie- en handelstentoonstelling ‘De Schoen’ in juli 1949 en stond daar ook met de herenschoenen van de fabriek. Deze tentoonstelling vond plaats in het Sport- en Wandelpark; drie jaar later werd op deze plek het Sprookjesbos geopend.

20190103_135628     20190103_135548

Foto’s ‘De Schoen’ uit ‘Kaatsheuvel 1890-1950; een tijdsbeeld beschreven’ van Eduard Steenbergen. (Ook familie).

 

 

 

Hoewel ik in alle attracties ben geweest door de jaren heen, zelfs de achtbanen, blijft het sprookjesbos mijn favoriet. Alle attracties?  Nee, er is er één waar ik alleen maar omheen loop: Baron 1898. Saillant detail is dat 1898 het geboortejaar is van mijn opa. Het cirkeltje is weer rond.

 

 

 

 

 

Oordelende plannen

Goede voornemens. Ruim 60% van de Nederlanders maakt ze elk jaar. Een derde van deze mensen houdt het vol. Daar val ik niet onder, omdat

  • ik veel bankzaken te doen heb (voornemen: meer bewegen);
  • ik dat stuk chocolade, die taart, koekjes en chips wel pak, want eentje kan geen kwaad (voornemen: minder snoepen);
  • het gemakkelijker is om snelle hap te halen of voer voor in de ping wanneer we laat eten (voornemen: gezonder eten);
  • de waan van de dag me inhaalt (voornemen: meer mindfulness);
  • ik ‘nee’ zeggen nog steeds moeilijk vind (voornemen: meer tijd/aandacht voor mezelf).

Op internet kun je allerlei tips vinden om goede voornemens vol te houden. Ik zou zeggen, kijk er eens naar. Misschien heb jij er wel iets aan. Ik heb besloten mijn eigen plan te trekken en te bedenken  wat voor mij wel werkt.

Om te beginnen val ik over het woord ‘goede’. Wat maakt een voornemen goed? Wat voor de één goed is, is dat voor de ander niet. Kun je ook slechte voornemens hebben? Hup, schrappen dit oordelend woord. Dan het ‘voornemens’. Je neemt je iets voor. Dat wil zeggen dat je iets van plan bent. Laat ik nu een kei zijn in het maken van plannen. Je zou dan verwachten dat ik prima voornemens kan maken. Dat klopt. De uitvoering ervan is een ander verhaal. Conclusie: ik schrap de woorden ‘goede voornemens’ volledig uit mijn vocabulaire.

Ervaringen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, maar ik weet dat het stellen van doelen beter voor mij werkt. Dit mogen er echter ook niet te veel zijn anders krijg ik een eindeloze, onhaalbare to-do lijst. Met mate dus.

Mijn doelen voor 2019:

  • een baan vinden die beter bij mijn competenties en kwaliteiten past, bij voorkeur in het eerste kwartaal van dit jaar;
  • de Basisopleiding Cognitieve Gedragstherapie aan het eind van het tweede kwartaal positief afronden;
  • iedere week iets doen wat mij blij maakt/waar ik energie van krijg.

20171210_122030_001

Maak jij ook doelen voor het nieuwe jaar? Vergeet dan niet dat elke dag een nieuwe is om hiermee te beginnen. Fijne feestdagen!

 

Realistische Fantasie

Als klein meisje was ik al gek op sprookjes en fantasieverhalen. Verhaaltjes voor het slapen gaan; voorgelezen door mijn vader. Cassettebandjes luisteren met sprookjes uit Ierland, Schotland en de Efteling.  Zelf boeken verslinden over onbekende werelden. Op tv films en series kijken als Willow en The Story Teller. The Dark Cristal. Labyrinth. Even wegdromen bij prinsen op witte paarden (of prinsessen op zwarte hengsten; ik wil niet discrimineren), toverkollen, goochelaars, dwergen, trollen, feeën en boze stiefmoeders. Heerlijk. Nog steeds trouwens.

20170701_131907

Toen ik dan ook van een studiegenootje op de universiteit het boek kreeg over een gebrilde tovenaarsleerling met een bliksemschicht op zijn voorhoofd, was ik meteen verkocht. Samen met roodharige sidekick en whizzkid vriendin werd gevochten tegen het kwaad.  Zelfs de allergrootste boekenhater die ik kende, las de boeken van voormalig bijstandsmoeder Rowling in één adem uit. Toen ik hoorde dat er verfilmingen gingen komen, was ik benieuwd hoe die fantasiewereld eruit ging zien in het echt. Verbluffend eindresultaat. De bioscopen deden goede zaken en Rowling werd miljonair (en dat terwijl ze in eerste instantie haar manuscript niet aan de straatstenen kwijt raakte; het is een sprookje op zich). Na de laatste film uit de reeks in een bioscoopje in Perth (Schotland) te hebben gezien,  viel ik toch wel in een gat. Geen heldenbelevenissen meer in de fantastische toverwereld. Wat moest ik nu?

Ik heb geprobeerd zonder te leven, maar dat was wel moeilijk. Duidelijk verslaafd. Na ‘uitstapjes’ in de vorm van het lezen van een toneelstuk over bovengenoemde tovenaarsleerling -een totaal overbodig boek overigens- en een bezoek aan de tentoonstelling in Utrecht, kan ik me gelukkig weer volledig onderdompelen in de tovenaarswereld. In 2016 kwam ‘Fantastic Beasts and where to find them’ uit in de bioscoop en deze week volgde deel 2: The Crimes of Grindelwald. Een visueel spektakel. Boeiend van begin tot eind. Het aloude thema goed versus kwaad in een prachtig vormgegeven wonderlijke wereld. Met bijzondere fantasiedieren (vergeet katten, honden of zelfs Afrikaanse Witbuikegels: ik wil een Niffler als huisdier). Met een jonge Dumbeldore. No-maj Kowalski. Vreemde snuiter Scamander. Slechte Grindelwald. Ik ben fan. Jij ook?

P1020324

 

Werkstress

Mijn meest recente bijdrage aan Psyblog kun je hier lezen of onder het plaatje.

Stress relax

‘Van hard werken is nog nooit iemand dood gegaan.’ Dit credo staat de laatste jaren toch echt op losse schroeven. Hard werken gaat vaak gepaard met werkstress, wat beroepsziekte nummer één is. Je hoort niet voor niets dat zo veel mensen een burn-out hebben. Om hier aandacht aan te besteden, wordt in de week van 12 tot en met 15 november 2018 voor de vijfde keer ‘de week van de werkstress’ georganiseerd. Dit jaar vooral gericht op preventie en werkplezier.

Oorzaken van werkstress

Als je weet wat oorzaken zijn van werkstress, kun je er mogelijk iets aan veranderen en het zelfs voorkomen. Paul Wilson noemt in zijn boek ‘Rust op het werk’ de volgende oorzaken:

1) Tijd
Tijd is geld. Zoveel te doen, zo weinig tijd. Deadlines. Veel informatiestromen. Je kent het vast wel. Het concept van tijd is echter een abstract begrip. Het is niet de schuld van de tijd zelf, maar van onze eigen houding ten opzichte van tijd, onze perceptie van tijd. Ons eigen hoofd creëert dus tijdsdruk en niet de klok zelf.

Veel mensen noemen als hoofdoorzaak van stress, naast tijd, een grote werkdruk. Toegenomen productiviteitseisen hebben er inderdaad toe geleid dat mensen harder moeten werken. Dus ja, er is een toegenomen werkdruk, maar in net zoveel gevallen is de perceptie dat we overwerkt zijn net zo problematisch als de werkelijkheid. Tot slot zijn er veel mensen die uitstelgedrag vertonen. Hierbij wordt tijd verkeerd gebruikt. Vaak zijn dit zaken die we met minder plezier doen, waardoor al die vervelende dingen zich ophopen. Als je zaken uitstelt, leveren ze alleen maar meer druk op.

2) Zeggenschap
Gebrek aan zeggenschap zou één van de belangrijkste stressfactoren op het werk zijn. Hoe minder zeggenschap (lees: controle) op werk en de wereld, hoe groter de kans op gevoelens van stress, angst, onrust of boosheid. Het enige waar we een zekere controle over kunnen hebben, is ons eigen leven. Onze handelingen, houding en onze percepties. Als we hier orde in brengen, zullen we verrast worden over de mate van controle die we voor ons gevoel kunnen hebben.

3) Het ik
Verreweg de grootste oorzaak van disharmonie op het werk is niet tijd of gebrek aan zeggenschap. We zijn het zelf. De manier waarop we denken. Het type persoonlijkheid dat we hebben. De dingen waarin we geloven. Hoe we redeneren. Wat er in ons hoofd zit. Zo zijn er veel piekeraars en is er een heel scala aan persoonlijkheidstypes die door hun opmaak gevoelig zijn voor de problemen van negatieve stress.

4) Sociale factoren
Hierbij kun je denken aan concurrentie dat in haar aard stressvol is; zo willen we bijvoorbeeld liever niet vergeleken worden met anderen. Daarnaast kunnen we gevoelens van afgunst hebben ten opzichte van een collega. Verder kan boosheid stress verergeren, omdat de natuurlijke reacties (wegrennen of aanvallen) niet gepast zijn in onze werkomgeving. Tot slot heb je nog relaties die niets met het werk te maken hebben, familie, vrienden en (mogelijke) geliefden, maar die wel stress op het werk veroorzaken.

5) Verandering
Als je niet van verandering houdt, kun je onzeker en gespannen raken. Je wordt dan verblind door het vooruitzicht van verlies of mislukking. Verandering is echter niet te stoppen en levert ook talloze voordelen op. Laat het dan ook in je voordeel werken. Misschien is dit zelfs het moment om aan verandering van carrièrerichting te denken…

6) Fysieke factoren
In het verleden speelden deze factoren een veel grotere rol dan nu. Dat had vooral te maken met bepaalde omgevingsfactoren waarin werd gewerkt: in kou, hitte, duisternis, vochtigheid, onveilige arbeidsomstandigheden, droogte en natheid. De werkomgeving van vandaag kan net zo stressvol zijn, maar is lichamelijk minder bedreigend. In sommige beroepen zijn er nog extreme omgevingsfactoren, zoals bij duiken of de brandweer, maar ook bij het werken met veel lawaai of gevaarlijke stoffen. Bekende vormen van fysieke stress zijn echter alledaagser zoals de gehele dag achter de computer zitten of aan een lopende band staan als productiemedewerker. Dit kan slopende effecten hebben.

7) Levensgewoonten
Als je veel rookt, drinkt, laat naar bed gaat, niet aan lichaamsbeweging doet, ruzie met je partner hebt, niet genoeg slaapt of andere slechte gewoonten hebt, zul je waarschijnlijk gevoeliger zijn voor de emotionele- en fysieke stressfactoren op het werk.

balans

Karoshi

Werkstress wordt dus vaak veroorzaakt door een combinatie van bovengenoemde factoren. Het kan zijn dat je veel meer werk op je bordje hebt gekregen of dat er thuis van alles speelt waardoor werk moeilijker te combineren is. Het kan ook zijn dat je niet (meer) op de juiste werkplek zit en dat een andere baan/functie je weer in je kracht zet. Wat het ook is, ga het gesprek aan met je leidinggevende. Of de oorzaak nu werkgerelateerd is of niet. Wacht niet tot het te laat is en je te maken krijgt met wat de Japanners noemen ‘Karoshi’: dood door overwerk.

Bronnen:
http://www.psyblog.nl/2013/06/13/werkdruk-werkstress-wat-is-het-en-wat-kun-je-er-aan-doen/
http://www.duurzameinzetbaarheid.nl/weekvandewerkstress
Rust op het Werk. Paul Wilson. 2000. De Arbeiderspers, Amsterdam.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Karoshi

Schönberg

Hoewel de naam anders doet vermoeden ligt Schönberg niet in Duitsland. Het is een Belgisch dorpje met ongeveer 500 inwoners, zo’n 10 kilometer van Sankt Vith; in het Ourdal tussen de bossen van de Belgische Eifel. Belgische Eifel? Officieel valt het onder het oostelijke stuk van de Ardennen, maar aangezien het in het Duitstalige deel van België ligt noemen ze het de Belgische Eifel. Snap je het nog?

20181021_152645[1]

Een leuk hotel in Schönberg is Zur Alten Schmiede Het huis is in 1808 gebouwd als smidse. Later is het omgebouwd tot hotel met 8 slaapkamers. Hoe kom je eigenlijk terecht bij zo’n klein hotel? Door hun specialiteiten: wildmenu in de herfst en whisky. Heerlijk. Het wildmenu dan, de whisky is meer de afdeling van mijn vriend. Ik ruik en proef die tonen van karamel, chocolade en espresso niet. Alleen terpentine. Wel merk ik verschil tussen de diverse whisky’s: de één heeft een sterkere terpentine lucht dan de andere. Geef mij maar hertenbiefstuk met een zoete, witte wijn.

20181019_191030_001[1]

20181020_144844[1]De omgeving van Schönberg  is een waar wandelparadijs voor de natuurliefhebber. Je loopt over (on)verharde paden met loof- en/of dennenbossen. Groen. Geel. Rood. Bruin. Net gekleurde bloemkolen. De dennen staan zo dicht op elkaar dat de zon er niet doorkomt waardoor het er donker en koud is. Ik zie zo de grote, boze wolf struinen op zoek naar een lekker maaltje.

In het dorp Herresbach Amel gaan we op zoek naar een kroegje. En een wc. Ik vertik het om in de natuur te plassen. De kroeg tegenover de kerk is dicht. Een stukje terug ligt B&B De Eifelhoeve waar ze ijs verkopen. Zouden ze ook een kopje koffie en thee hebben?

20181020_124413[1]Als we de poort openen, komen we op een grote binnenplaats, omringt door verschillende gebouwen. ‘Natuurlijk hebben we wat te drinken voor u’.  Er is ook een wc. Met licht. In de pot!

Eén van de Nederlandse eigenaren vraagt of we een kaart van de omgeving hebben; je kunt er verdwalen. Hebben we inderdaad zelf ooit meegemaakt. Daarom nu altijd wandelkaart mee. Telefoon kan toch ook? Onze telefoons hebben niet overal bereik. Wel heerlijk rustig.

20181020_115333_001[1]

 

 

 

 

All Hallows Eve

Pompoenen. Maskers van clowns, dracula’s of duivels. Heksen. Spinnen. Botten. Skeletten. Snoep. Aan het eind van deze maand is het weer zo ver: Halloween. De commercie floreert, Christelijke groeperingen roeren zich en willen Halloweenfeesten verbieden vanwege ‘verheerlijking van dood en verderf’. Even kunnen we vergeten dat sinds de zomer pepernoten in de winkels liggen.

Persoonlijk heb ik niets met Halloween, behalve dat mijn in Amerika wonende peettante op die dag jarig is. We hebben het er dan aan de telefoon even over, omdat kinderen aan haar deur komen voor ‘trick or treat’. Weet je trouwens dat van oorsprong Halloween helemaal geen Amerikaans feest is? Het is meegenomen door Schotse en Ierse immigranten en is een mengeling van het Keltisch oudjaar en een christelijk gebruik.

De Keltische kalender liep van 1 november tot en met 31 oktober. Dit betekende dat 31 oktober oudjaar was. De Kelten geloofden dat op deze dag de geesten van de gestorvenen terugkwamen op de aarde om bezit te nemen van de levenden. Om deze boze geesten te kunnen verjagen, droegen ze maskers. Dat verklaart de lakens met gaten en het verkleden. Toen vervolgens de Romeinen Groot-Brittannië binnenvielen werden de Keltische tradities vermengd met die van de Romeinen, waaronder het eren van de doden.

Het volgende christelijke gebruik mengde zich met het Halloweenfeest: in de 9e eeuw bedelden in lompen gehulde gelovigen met Allerzielen (2 november) om brood. Zo gauw ze een stuk brood van iemand kregen, werd er voor de overledenen van deze persoon gebeden. Om ervoor te zorgen dat de gestorvenen maar snel vanuit het vagevuur naar de hemel mochten. Trick or treat is de moderne versie van het bedelen. Tandartsen doen goede zaken.

Wat pompoenen ermee te maken hebben? Dat is eigenlijk het enige Amerikaanse tintje eraan. De pompoen wordt uitgehold, men maakt er een eng gezicht in en je kunt er een kaars in zetten. Deze ‘Jack-O-Latern’ is van oorsprong echter weer Iers. Daar gebruikten ze er knollen voor. Pompoenen bleken toch gemakkelijker te bewerken.

Happy Halloween.

 

Bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Halloween

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jack-o%27-lantern