Realistische Fantasie

Als klein meisje was ik al gek op sprookjes en fantasieverhalen. Verhaaltjes voor het slapen gaan; voorgelezen door mijn vader. Cassettebandjes luisteren met sprookjes uit Ierland, Schotland en de Efteling.  Zelf boeken verslinden over onbekende werelden. Op tv films en series kijken als Willow en The Story Teller. The Dark Cristal. Labyrinth. Even wegdromen bij prinsen op witte paarden (of prinsessen op zwarte hengsten; ik wil niet discrimineren), toverkollen, goochelaars, dwergen, trollen, feeën en boze stiefmoeders. Heerlijk. Nog steeds trouwens.

20170701_131907

Toen ik dan ook van een studiegenootje op de universiteit het boek kreeg over een gebrilde tovenaarsleerling met een bliksemschicht op zijn voorhoofd, was ik meteen verkocht. Samen met roodharige sidekick en whizzkid vriendin werd gevochten tegen het kwaad.  Zelfs de allergrootste boekenhater die ik kende, las de boeken van voormalig bijstandsmoeder Rowling in één adem uit. Toen ik hoorde dat er verfilmingen gingen komen, was ik benieuwd hoe die fantasiewereld eruit ging zien in het echt. Verbluffend eindresultaat. De bioscopen deden goede zaken en Rowling werd miljonair (en dat terwijl ze in eerste instantie haar manuscript niet aan de straatstenen kwijt raakte; het is een sprookje op zich). Na de laatste film uit de reeks in een bioscoopje in Perth (Schotland) te hebben gezien,  viel ik toch wel in een gat. Geen heldenbelevenissen meer in de fantastische toverwereld. Wat moest ik nu?

Ik heb geprobeerd zonder te leven, maar dat was wel moeilijk. Duidelijk verslaafd. Na ‘uitstapjes’ in de vorm van het lezen van een toneelstuk over bovengenoemde tovenaarsleerling -een totaal overbodig boek overigens- en een bezoek aan de tentoonstelling in Utrecht, kan ik me gelukkig weer volledig onderdompelen in de tovenaarswereld. In 2016 kwam ‘Fantastic Beasts and where to find them’ uit in de bioscoop en deze week volgde deel 2: The Crimes of Grindelwald. Een visueel spektakel. Boeiend van begin tot eind. Het aloude thema goed versus kwaad in een prachtig vormgegeven wonderlijke wereld. Met bijzondere fantasiedieren (vergeet katten, honden of zelfs Afrikaanse Witbuikegels: ik wil een Niffler als huisdier). Met een jonge Dumbeldore. No-maj Kowalski. Vreemde snuiter Scamander. Slechte Grindelwald. Ik ben fan. Jij ook?

P1020324

 

Advertenties

Werkstress

Mijn meest recente bijdrage aan Psyblog kun je hier lezen of onder het plaatje.

Stress relax

‘Van hard werken is nog nooit iemand dood gegaan.’ Dit credo staat de laatste jaren toch echt op losse schroeven. Hard werken gaat vaak gepaard met werkstress, wat beroepsziekte nummer één is. Je hoort niet voor niets dat zo veel mensen een burn-out hebben. Om hier aandacht aan te besteden, wordt in de week van 12 tot en met 15 november 2018 voor de vijfde keer ‘de week van de werkstress’ georganiseerd. Dit jaar vooral gericht op preventie en werkplezier.

Oorzaken van werkstress

Als je weet wat oorzaken zijn van werkstress, kun je er mogelijk iets aan veranderen en het zelfs voorkomen. Paul Wilson noemt in zijn boek ‘Rust op het werk’ de volgende oorzaken:

1) Tijd
Tijd is geld. Zoveel te doen, zo weinig tijd. Deadlines. Veel informatiestromen. Je kent het vast wel. Het concept van tijd is echter een abstract begrip. Het is niet de schuld van de tijd zelf, maar van onze eigen houding ten opzichte van tijd, onze perceptie van tijd. Ons eigen hoofd creëert dus tijdsdruk en niet de klok zelf.

Veel mensen noemen als hoofdoorzaak van stress, naast tijd, een grote werkdruk. Toegenomen productiviteitseisen hebben er inderdaad toe geleid dat mensen harder moeten werken. Dus ja, er is een toegenomen werkdruk, maar in net zoveel gevallen is de perceptie dat we overwerkt zijn net zo problematisch als de werkelijkheid. Tot slot zijn er veel mensen die uitstelgedrag vertonen. Hierbij wordt tijd verkeerd gebruikt. Vaak zijn dit zaken die we met minder plezier doen, waardoor al die vervelende dingen zich ophopen. Als je zaken uitstelt, leveren ze alleen maar meer druk op.

2) Zeggenschap
Gebrek aan zeggenschap zou één van de belangrijkste stressfactoren op het werk zijn. Hoe minder zeggenschap (lees: controle) op werk en de wereld, hoe groter de kans op gevoelens van stress, angst, onrust of boosheid. Het enige waar we een zekere controle over kunnen hebben, is ons eigen leven. Onze handelingen, houding en onze percepties. Als we hier orde in brengen, zullen we verrast worden over de mate van controle die we voor ons gevoel kunnen hebben.

3) Het ik
Verreweg de grootste oorzaak van disharmonie op het werk is niet tijd of gebrek aan zeggenschap. We zijn het zelf. De manier waarop we denken. Het type persoonlijkheid dat we hebben. De dingen waarin we geloven. Hoe we redeneren. Wat er in ons hoofd zit. Zo zijn er veel piekeraars en is er een heel scala aan persoonlijkheidstypes die door hun opmaak gevoelig zijn voor de problemen van negatieve stress.

4) Sociale factoren
Hierbij kun je denken aan concurrentie dat in haar aard stressvol is; zo willen we bijvoorbeeld liever niet vergeleken worden met anderen. Daarnaast kunnen we gevoelens van afgunst hebben ten opzichte van een collega. Verder kan boosheid stress verergeren, omdat de natuurlijke reacties (wegrennen of aanvallen) niet gepast zijn in onze werkomgeving. Tot slot heb je nog relaties die niets met het werk te maken hebben, familie, vrienden en (mogelijke) geliefden, maar die wel stress op het werk veroorzaken.

5) Verandering
Als je niet van verandering houdt, kun je onzeker en gespannen raken. Je wordt dan verblind door het vooruitzicht van verlies of mislukking. Verandering is echter niet te stoppen en levert ook talloze voordelen op. Laat het dan ook in je voordeel werken. Misschien is dit zelfs het moment om aan verandering van carrièrerichting te denken…

6) Fysieke factoren
In het verleden speelden deze factoren een veel grotere rol dan nu. Dat had vooral te maken met bepaalde omgevingsfactoren waarin werd gewerkt: in kou, hitte, duisternis, vochtigheid, onveilige arbeidsomstandigheden, droogte en natheid. De werkomgeving van vandaag kan net zo stressvol zijn, maar is lichamelijk minder bedreigend. In sommige beroepen zijn er nog extreme omgevingsfactoren, zoals bij duiken of de brandweer, maar ook bij het werken met veel lawaai of gevaarlijke stoffen. Bekende vormen van fysieke stress zijn echter alledaagser zoals de gehele dag achter de computer zitten of aan een lopende band staan als productiemedewerker. Dit kan slopende effecten hebben.

7) Levensgewoonten
Als je veel rookt, drinkt, laat naar bed gaat, niet aan lichaamsbeweging doet, ruzie met je partner hebt, niet genoeg slaapt of andere slechte gewoonten hebt, zul je waarschijnlijk gevoeliger zijn voor de emotionele- en fysieke stressfactoren op het werk.

balans

Karoshi

Werkstress wordt dus vaak veroorzaakt door een combinatie van bovengenoemde factoren. Het kan zijn dat je veel meer werk op je bordje hebt gekregen of dat er thuis van alles speelt waardoor werk moeilijker te combineren is. Het kan ook zijn dat je niet (meer) op de juiste werkplek zit en dat een andere baan/functie je weer in je kracht zet. Wat het ook is, ga het gesprek aan met je leidinggevende. Of de oorzaak nu werkgerelateerd is of niet. Wacht niet tot het te laat is en je te maken krijgt met wat de Japanners noemen ‘Karoshi’: dood door overwerk.

Bronnen:
http://www.psyblog.nl/2013/06/13/werkdruk-werkstress-wat-is-het-en-wat-kun-je-er-aan-doen/
http://www.duurzameinzetbaarheid.nl/weekvandewerkstress
Rust op het Werk. Paul Wilson. 2000. De Arbeiderspers, Amsterdam.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Karoshi

Schönberg

Hoewel de naam anders doet vermoeden ligt Schönberg niet in Duitsland. Het is een Belgisch dorpje met ongeveer 500 inwoners, zo’n 10 kilometer van Sankt Vith; in het Ourdal tussen de bossen van de Belgische Eifel. Belgische Eifel? Officieel valt het onder het oostelijke stuk van de Ardennen, maar aangezien het in het Duitstalige deel van België ligt noemen ze het de Belgische Eifel. Snap je het nog?

20181021_152645[1]

Een leuk hotel in Schönberg is Zur Alten Schmiede Het huis is in 1808 gebouwd als smidse. Later is het omgebouwd tot hotel met 8 slaapkamers. Hoe kom je eigenlijk terecht bij zo’n klein hotel? Door hun specialiteiten: wildmenu in de herfst en whisky. Heerlijk. Het wildmenu dan, de whisky is meer de afdeling van mijn vriend. Ik ruik en proef die tonen van karamel, chocolade en espresso niet. Alleen terpentine. Wel merk ik verschil tussen de diverse whisky’s: de één heeft een sterkere terpentine lucht dan de andere. Geef mij maar hertenbiefstuk met een zoete, witte wijn.

20181019_191030_001[1]

20181020_144844[1]De omgeving van Schönberg  is een waar wandelparadijs voor de natuurliefhebber. Je loopt over (on)verharde paden met loof- en/of dennenbossen. Groen. Geel. Rood. Bruin. Net gekleurde bloemkolen. De dennen staan zo dicht op elkaar dat de zon er niet doorkomt waardoor het er donker en koud is. Ik zie zo de grote, boze wolf struinen op zoek naar een lekker maaltje.

In het dorp Herresbach Amel gaan we op zoek naar een kroegje. En een wc. Ik vertik het om in de natuur te plassen. De kroeg tegenover de kerk is dicht. Een stukje terug ligt B&B De Eifelhoeve waar ze ijs verkopen. Zouden ze ook een kopje koffie en thee hebben?

20181020_124413[1]Als we de poort openen, komen we op een grote binnenplaats, omringt door verschillende gebouwen. ‘Natuurlijk hebben we wat te drinken voor u’.  Er is ook een wc. Met licht. In de pot!

Eén van de Nederlandse eigenaren vraagt of we een kaart van de omgeving hebben; je kunt er verdwalen. Hebben we inderdaad zelf ooit meegemaakt. Daarom nu altijd wandelkaart mee. Telefoon kan toch ook? Onze telefoons hebben niet overal bereik. Wel heerlijk rustig.

20181020_115333_001[1]

 

 

 

 

All Hallows Eve

Pompoenen. Maskers van clowns, dracula’s of duivels. Heksen. Spinnen. Botten. Skeletten. Snoep. Aan het eind van deze maand is het weer zo ver: Halloween. De commercie floreert, Christelijke groeperingen roeren zich en willen Halloweenfeesten verbieden vanwege ‘verheerlijking van dood en verderf’. Even kunnen we vergeten dat sinds de zomer pepernoten in de winkels liggen.

Persoonlijk heb ik niets met Halloween, behalve dat mijn in Amerika wonende peettante op die dag jarig is. We hebben het er dan aan de telefoon even over, omdat kinderen aan haar deur komen voor ‘trick or treat’. Weet je trouwens dat van oorsprong Halloween helemaal geen Amerikaans feest is? Het is meegenomen door Schotse en Ierse immigranten en is een mengeling van het Keltisch oudjaar en een christelijk gebruik.

De Keltische kalender liep van 1 november tot en met 31 oktober. Dit betekende dat 31 oktober oudjaar was. De Kelten geloofden dat op deze dag de geesten van de gestorvenen terugkwamen op de aarde om bezit te nemen van de levenden. Om deze boze geesten te kunnen verjagen, droegen ze maskers. Dat verklaart de lakens met gaten en het verkleden. Toen vervolgens de Romeinen Groot-Brittannië binnenvielen werden de Keltische tradities vermengd met die van de Romeinen, waaronder het eren van de doden.

Het volgende christelijke gebruik mengde zich met het Halloweenfeest: in de 9e eeuw bedelden in lompen gehulde gelovigen met Allerzielen (2 november) om brood. Zo gauw ze een stuk brood van iemand kregen, werd er voor de overledenen van deze persoon gebeden. Om ervoor te zorgen dat de gestorvenen maar snel vanuit het vagevuur naar de hemel mochten. Trick or treat is de moderne versie van het bedelen. Tandartsen doen goede zaken.

Wat pompoenen ermee te maken hebben? Dat is eigenlijk het enige Amerikaanse tintje eraan. De pompoen wordt uitgehold, men maakt er een eng gezicht in en je kunt er een kaars in zetten. Deze ‘Jack-O-Latern’ is van oorsprong echter weer Iers. Daar gebruikten ze er knollen voor. Pompoenen bleken toch gemakkelijker te bewerken.

Happy Halloween.

 

Bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Halloween

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jack-o%27-lantern

 

 

 

 

Paniek

De link naar mijn nieuwste artikel voor PsyBlog kun je hier vinden.  http://www.psyblog.nl/2018/09/27/paniekaanvallen-hulp-stoornis

Of je leest ‘m hieronder.

Wanneer een paniekaanval me letterlijk vloert en ik onze badkamervloer van zeer dichtbij zie, de tranen blijven stromen en depressieve, angstige gedachten zich aan me opdringen, komt het besef dat ik dit niet meer alleen kan oplossen. Ik moet hulp gaan zoeken. Hoe het zover heeft kunnen komen? Ik dacht dat ik gewoon door kon gaan na drie sterfgevallen achter elkaar, opheffen van het bedrijf waar ik werkte, mijn beste vriendin die borstkanker kreeg tijdens haar zwangerschap. Een detachering die niet omgezet kon worden in een vast dienstverband, nét niet die andere droombaan. Er voor vrienden proberen te zijn die hun dochter bij een verkeersongeval zijn verloren, de rechtszaak die daarop volgde. In de tussentijd heb ik ook alles moeten leren in een nieuwe baan  en tot slot een zelfmoord van een bekende. Allemaal in een tijdsbestek van anderhalf jaar. ‘Mensen breken niet omdat ze zwak zijn, maar omdat ze veel te lang sterk waren’, een toepasselijke spreuk van Boeddha. Ik kan gelukkig zeggen dat het nu stukken beter gaat. Hier lees je hoe ik dat voor elkaar heb gekregen.

Hulp zoeken

Mijn eerste stap was naar de huisarts gaan. Helaas was hij op dat moment ziek en kreeg ik een onbekende arts. Al snel kwamen we tot de conclusie dat ik het gesprek met een POH-GGZ’er aan moest gaan. Een wat? Een praktijkondersteuner. Dat is een persoon die in de praktijk van een huisarts werkt en kijkt of het met een aantal gesprekken beter kan gaan of dat je doorverwezen moet worden naar meer gespecialiseerde hulpverlening. In mijn geval was er twijfel. Mogelijk had ik een paniekstoornis (dat kon er ook nog wel bij). Uiteindelijk heb ik, verspreid over een aantal maanden, gesprekken gehad met de praktijkondersteuner en bleek ik vooral aanpassingsproblemen te vertonen: ‘Ingrijpend veranderende gebeurtenissen vragen om veerkracht en een goed aanpassingsvermogen, om de gebeurtenis te kunnen verwerken en op te kunnen anticiperen. Dit kan tot stress leiden. Wanneer je stress te lang aanhoudt, kan dit leiden tot een aanpassingsstoornis, met als gevolg psychische klachten die je dagelijks functioneren belemmeren’ (bron: perspectief.net). Het feit dat ik geen emotionele band had met de praktijkondersteuner, maakte het praten makkelijker. Ik was niet bezig met of ik hem belastte met mijn ellende of wat hij van me vond.

Blijf in gesprek met je omgeving en vul niet voor een ander in

Toen mijn beste vriendin ziek werd, probeerde ik er voor haar te zijn. Ik wilde haar niet belasten met mijn sores, want ze had het al moeilijk genoeg. Dat was echter mijn invulling en door het niet met haar te delen, voelde ik me alleen maar ellendiger. Ze opperde toen om met z’n tweeën uit eten te gaan en ieder ons eigen verhaal te doen. Zo sloegen we drie vliegen in één klap.

Zorg goed voor jezelf

Dat wordt zo vaak gezegd, maar hoe doe je dat dan? Ik ben lijstjes gaan maken. Wat vind ik leuk om te doen en wat niet, wat geeft me energie en wat zijn energieslurpers. Dit heeft me erg geholpen om inzicht te krijgen in hoe ik beter voor mezelf kon gaan zorgen. Daarnaast ben ik dingen gaan uitproberen, zoals alleen gaan lunchen of naar de bioscoop. Zo kwam ik erachter dat ik behoefte heb om onder de mensen te zijn, maar zeker ook tijd met me, myself and I door moet brengen. Ik krijg energie van schrijven, wandelen en dat meerdere afspraken op een dag voor mij energieslurpers zijn. Neem elke dag wat tijd voor jezelf. Sta bijvoorbeeld een half uur eerder op dan je gezin, maak een wandelingetje in je lunchpauze of trek je ’s avonds na het eten even terug voor een dutje of om te mediteren. En stop vooral met multitasken, uren scrollen op social media en dagelijks overwerken. Veel aan het piekeren in bed? Kun je er op dat moment echt iets aan veranderen? Nee? Dan is de dag van morgen een beter moment om erover na te denken. Lukt dat niet, ga dan uit bed en schrijf je piekergedachten op.

Nee zeggen

Grenzen stellen is voor veel mensen moeilijk. Dat was het voor mij ook. Ik leerde bij de praktijkondersteuner mezelf telkens twee vragen te stellen: Wil ik het? Kan ik het? Als op beide vragen het antwoord ‘nee’ is, dan denk ik er serieus over na of ik het wel zal doen. Soms moet je namelijk bepaalde dingen écht doen en kom je er niet onderuit. Maar ik ben me er meer bewust van geworden waardoor ik niet meer meteen zeg “ja dat is goed.” Daarnaast is het in de weekenden ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Als we meerdere uitnodigingen krijgen, gaan we naar degene die ons het eerst heeft uitgenodigd. En we proberen één dag in het weekend vrij te houden.

Mijn herstel is niet zo makkelijk en snel gegaan als hierboven beschreven. Het was echt vallen en opstaan. Nu nog, maar ik herken signalen van mijn lichaam sneller waardoor ik eerder aan de rem trek om de balans te herstellen. Paniekaanvallen heb ik in ieder geval niet meer gehad en ik voel meer rust.

Herfst

De zomervakantie is definitief voorbij. Het keurslijf is weer aangetrokken. Die eerste dag na de vakantie was echter zwaar. Waarom? Het begon al met de wekker die gezet MOEST worden op 7.00u. Dan met halfgesloten ogen de snelweg op. Heel de dag op één vierkante meter starend naar een beeldscherm in een ruimte vol gekakel. Als afronding met halfopen ogen terug de snelweg op. Ik was kapot. Maar het went snel.

Na een zomervakantie staan er in tijdschriften vaak tips om het vakantiegevoel langer vast te houden. Dit jaar echter zinloos om te lezen. Ons vakantiegevoel zijn we namelijk vergeten in te pakken. Deze doolt nu nog rond op die kleine camping in Luxemburg. Mocht iemand ‘m vinden, stuur ‘m dan weer naar ons alstublieft. We missen ‘m.

20171013_160316_001                                                                                    20171013_170941_001

Wat ik wel fijn vind aan het voorbij zijn van de zomervakantie? De intrede van de herfst. Mijn lievelingsjaargetijde. Misschien omdat ik er in geboren ben. De gekleurde blaadjes. Het geknisper ervan onder je voeten als je eroverheen loopt. De geur van de aarde. De mistflarden over de velden. Langere schaduwen. Andere lichtval. Dauwdruppels. Paddenstoelen.

Paddenstoelen in allerlei vormen en maten. Mijn vader zegt altijd: je kunt alle paddenstoelen eten, sommigen alleen maar één keer. Wees dus gewaarschuwd. Gelukkig lust ik ze niet.

20171014_120759_001

Vroeger (toen ik nog jong en onschuldig was) verzamelden we in de herfst zoveel mogelijk bladeren om er één grote berg van te maken. Als ie hoog genoeg was, gooiden we een deken erover heen en lieten we ons erop vallen. Zijn er eigenlijk kinderen die dat nog doen? Of zitten ze achter de geraniums op tablets of telefoons?

Ook de herfstregen omarm ik. Als ik dan buiten wandel, verschijnt er een lach op mijn gezicht. Daar kan ik echt gelukkig van worden. Bizar. Zelfs epische regenbuien-waardoor je zeiknat kan worden- maken me blij.

P1010676

Tot slot heb je in de herfst beestjes met acht poten die massaal te voorschijn komen: kruisspinnen. Kriebels. Maar ook intrigerend om te zien hoe ze bezig zijn en de prachtigste webben kunnen maken.

Herfst, je bent meer dan welkom.

P1020686

 

 

 

 

Artikelen

Zoals ik eerder heb aangegeven, schrijf ik ook voor Psyblog. Dat zorgt er wel voor dat ik minder op mijn eigen blog schrijf. Maar niet getreurd lieve volgers, dat komt vast wel weer goed. Wil je toch meer van mijn schrijfhand lezen dan kun je dus terecht op Psyblog.nl.

Of je klikt hier om mijn artikel over VR-brillen te lezen.

Of je klikt hier voor mijn artikel ‘Monumenten van rouw’.

Dit reclameblok is mede mogelijk gemaakt door Psyblog.

 

 

 

Wandelroute voor watjes (3)

De stilte. Naast de natuur in Luxemburg een ander aspect waar ik van houd. In Nederlandse bossen hoor je vaak nog verkeer op wegen. Of het geklep van groepen mensen die de natuurgeluiden overstemmen en de dieren daarmee wegjagen. In de Loonse- en Drunense Duinen kun je de stoomtrein van de Efteling vaak nog horen. In de Luxemburgse bossen hoor je…krekels, buizerds -kunnen ook Vlaamse Gaaien zijn die het geluid van Buizerds nadoen in de paringstijd om concurrenten op afstand te houden-, ruisen van de wind door de bladeren, het gekraak van de bomen en je eigen ademhaling. Heerlijk. Om te winkelen of cultuur op te doen, zul je echter toch naar een grotere stad moeten. Aangezien ik geen liefhebber ben van Luxemburg-Stad – ik vind de sfeer er niet fijn- steken we de grens over en rijden Duitsland in. Naar Trier.

Trier

Deze stad is één van de oudste van Duitsland en er is nog veel terug te vinden uit de Romeinse tijd. Het is ook een populaire toeristenstad gezien de lange file waar we in terecht komen. Fijn om weer even te weten hoe een file voelt. Not. Waar echter iedereen rechts afslaat, rijden wij rechtdoor en vinden  een vrijwel lege parkeerplaats, zo’n 12 minuten lopen vanaf het centrum.

20180808_220337

We bezoeken eerst het Amphitheater. Voor slechts (?) vier euro kun je er rondkijken. Jaren geleden was het nog gratis. Via de Kaiserthermen -ook voor vier euro te bezichtigen- lopen we door het park voor het Paleis naar het centrum met zijn kleurrijke, oude gebouwen, monumenten en winkels. Zeker een bezoek waard.

20180809_182945.jpg

Een museum dat je moet gaan zien is het Rheinisches Landesmuseum. Het is een archeologisch museum vol met voorwerpen van de prehistorie tot en met de achttiende eeuw. Mozaïekvloeren, munten, serviesgoed en beelden. Op een gegeven moment wordt het wel een dooie boel, zoveel grafzerken die er staan. Overdosis.

Uiteraard kun je Trier niet verlaten zonder een bezoekje aan de Porta Nigra, een stadspoort uit de Romeinse tijd. Deze staat aan het eind van de Hauptmarkt met erachter de doorgaande weg. Onwerkelijk.

20180809_183004

Je kunt de verschillende verdiepingen in de Porta Nigra bekijken. Ik pas. Ik ben deze vakantie al genoeg uit mijn comfertzone gekomen. Straks houd ik geen hoogtevrees meer over.

Kastelen

Luxemburg staat vol met (ruïnes van) kastelen. Als je ze allemaal wilt gaan bezoeken, ben je wel even zoet. In Useldange is een kasteelruīne te bezichtigen daterend uit de 12e eeuw. We beklimmen de hoogste vierkante toren.

20180818_124956.jpg

De hitte van de afgelopen weken hangt er nog. En warmte stijgt. Naarmate we hoger klimmen, wordt het dus steeds warmer. Of is het de angst? Als we boven zijn, maak ik met klotsende oksels, knikkende knieën en trillende handen een foto van de kerk beneden. De terugtocht gaat wat vlotter. Ik richt mijn blik maar niet op de zijkanten van de trappen waar de diepte roept. Mijn linkerhand houd ik op de stalen trapleuning en mijn rechterhand tegen de ijzeren ‘koker’ die van beneden naar boven loopt. Op de binnenplaats ga ik tegenover de toren zitten. Verdwaasd. Trots. Uitgeput.

De ‘Vallée des Sept Chateaux’ is ook leuk om een dagje te doen. Hieronder vallen de kastelen van:

Koerich,

20180818_125255.jpg

Septfontaines, Schoenfels, Hollenfels, het 12de-eeuws kasteel boven het dorp in Ansembourg,

20180818_125452

het 17de-eeuws renaissancekasteel in het dal van Ansembourg,

20180818_125535.jpg

en het Middeleeuws Kasteel van Mersch waar nu het stadhuis en een toeristenbureau in zit -zijn we niet geweest dus geen foto.

Wandelroute voor watjes (2)

Luxemburg kan voor iemand met hoogtevrees een uitdaging zijn. Waarom heet het eigenlijk hoogtevrees? Het probleem is niet de hoogte, maar de diepte. Een betere naam zou dus ‘dieptevrees’ zijn. Mijn vriend is van het type ‘Jan zonder Vrees’. Als ik hem aan de rand van de afgrond zie staan, krijg ik het benauwd. Hij geniet. Ik ben jaloers.

Bavigne

Dit dorpje met zo’n honderdveertig inwoners ligt aan de noorddam van de Haute Sûre. Met goede vrienden die een dagje overkomen -waarom wandelen we eigenlijk nooit met ze in Nederland?-lopen we een wandelroute van  negen kilomter. De eerste helft van de route bestaat voornamelijk uit smalle, snel stijgende paadjes -net breed genoeg voor één persoon- die zo steil zijn dat er spieren in mijn kuiten wakker worden die al een jaar sliepen. Aan de ene kant van het pad is de bergwand, aan de andere kant de afgrond. Ik houd mijn blik op het pad om er niet vanaf te vallen. Het uitzicht is echter prachtig. Het tweede deel van de route heeft minder hoogteverschillen en het pad is breder waardoor we naast elkaar kunnen lopen. We wandelen vooral door het bos -enige verkoeling met 30 graden- langs drooggevallen stroompjes en het meer. In verschillende wateren in Luxemburg is Blauwalg ontdekt en daar mag je niet zwemmen. Wij blijven sowieso op het droge.

20180807_215829.jpg

Aan het einde van de route kijken we uit naar verkoelende drankjes op het terrras van het restaurant grenzend aan de parkeerplaats waar we gestart zijn. FERMÉE. Het staat in grote letters op het bord. Ander idee: het grote winkelcentrum voor het allerlekkerste ijs ter wereld. Fred’s. Het kost wat -één bol twee euro vijftig en twee bollen vier euro- maar dan heb je wel wat! Hemels. Vol van smaak. De rij is echter zo lang dat tegen de tijd dat we aan de beurt zijn onze vrienden weer naar huis kunnen of dat het winkelcentrum sluit. Derde idee en scheepsrecht: drinken bij het zelfbedieningsrestaurant. Niet hemels, maar wel verfrissend.

Esch-sur-Sûre

Om 8.00 drijven we onze tent uit door de zon. Om 9.00u lopen we in Esch-sur-Sûre. Zo’n vier kilometer. Deze plaats ligt in een dal omringd door beboste heuvels. Op één van die heuvels bevindt zich een kasteelruīne waarvan het oudste deel dateert uit de tiende eeuw. Er zijn in het plaatsje veel restaurants, hotels en kroegen. Nauwelijks winkels. Weinig te beleven. Toch stikt het er van de toeristen. Als je er wilt zwemmen wordt geadviseerd dit bij het stuwmeer te doen. De rivier is daar het minst koud.

20180807_220251.jpg

Onze wandelroute leidt ons over een camping langs de rivier. Nederlanders. Zo ver je kunt kijken. Hier en daar onderbroken door een ‘verdwaalde’ Belg of Fransoos. Lekker knus op elkaar. Je moet ervan houden. Ik niet. Aan het eind van de camping gaan we het bos in. Hoger en hoger. Op een smal, begroeid pad. Over een kilometer stijgen we zo’n honderd meter in hoogte. We kunnen de toppen van de dennen naast ons bijna aanraken. Niet alleen angstzweet vanwege de hoogte zorgt voor klotsende oksels, ook de stijgende temperatuur. Maar ik vind het stoer van mezelf dat ik de hoogte en warmte  heb getrotseerd. Ook hier heb je prachtige uitzichten. Voor het middaguur zijn we weer terug op de camping. Daar zitten we met zevenendertig graden vastgeplakt aan onze stoelen in de schaduw van een aantal bomen.

Wandelroute voor watjes

20180729_164515.jpg

Dit jaar geen wandelreis, maar een wandelvakantie. In Luxemburg. We hebben ons kamp opgeslagen op een ‘kindonvriendelijke camping’ met in totaal 44 plaatsen. Waarom kindonvriendelijk? Er is geen zwembad, geen speeltuin, geen luchtkussens en geen animatieteam. Niets te beleven. Heerlijk. Als je nu denkt dat ik de naam van de camping ga noemen, moet ik je teleurstellen. Ik wil namelijk geen toeristeninvasie op mijn geweten hebben. Sorry.

Wat er op de camping wel is? Sanitaire voorzieningen, wasmachine, koelkast, vriezer en een  receptie. Die overigens vaker dicht is dan open; er komt meestal tegen de avond iemand om je in te schrijven en de betaling af te ronden. Op sommige plaatsen (in een straal van 50 meter) is er ook wifi en drie keer per week komt de bakker uit het dorp op de camping. Wat echter het belangrijkste is, is het hartelijke welkom van onze campingvrienden met zelfgemaakte taart en koffie/thee. Super lief! Dit in tegenstelling tot onze Brabantse buurman hier, die ons maar watjes en aanstellers vindt. Ik dank hem echter voor onze ontmoeting anders waren we nooit op bovenstaande blogtitel gekomen.

20180804_161109.jpg

Luxemburg is een fantastisch wandelland. Met groenglooiende hellingen (nu wat bruiner door de droogte), goudgele weilanden, groen-rood-geel-bruine bossen en heldere rivieren/stroompjes (helaas door de warmte velen voorzien van blauwalg) is het een gevarieerd landschap. Onderweg kun je ruïnes uit vervlogen tijden tegen komen. Andere mensen zien we nauwelijks. Roofvogels, zoals de Rode Wouw of de Buizerd, zijn onze metgezellen. Inmiddels hebben we twee routes gewandeld. Één van 6,5 en één van 8,5 kilometer. Met zo’n 30 graden twijfel ik of dat wel zo verstandig is, maar we hebben het overleefd.

Elke eerste week van augustus is er een Middeleeuws Festival bij het kasteel van Vianden (soort Nederlandse enclave; ze verkopen er nog net geen potjes pindakaas). Leuk als kindvriendelijk uitje. Bij het kasteel kun je tegen betaling maximaal 3 uur parkeren. Wij zetten onze auto helemaal beneden in het dorp in de buurt van de stuwdam. Gratis. Door de nauwe straatjes met verschillende gekleurde huizen, beginnen wij onze voettocht naar boven; onderweg stoppend om wat te drinken of een winkeltje binnen te lopen. Zoals ‘Oni’s Workshop’. Een handwerkwinkel met allerlei fournituren. Ik koop er wat spulletjes voor het quilten, maar word afgeleid door de prachtige kostuums. De verkoopster maakt deze allemaal zelf. Onbetaalbaar prachtwerk.

20180804_161150.jpg

Na een half uur lopen komen we bij het  kasteel aan. Er staan kraampjes buiten en binnen. Je kunt er eten en drinken kopen, maar ook sieraden, zwaarden, lampen, zeep, schapenvellen, sloffen, honing en kleding. In de galerij van het kasteel vinden optredens plaats: buikdanseressen, riddergevechten en de band Arcus. Tot slot kun je ook nog kijken naar uilen en roofvogels van een valkerij. En je kunt natuurlijk ook alle ruimtes in het kasteel bekijken.  Hoe men toen leefde en de band met onze Oranjes. Zeker de moeite waard.

20180804_161340.jpg